Drie, twee, één. Aftellen, herberekenen. Normaal gesproken is reconstrueren geen probleem. Zelfs in het donker tast ik net zo lang totdat ik een beeld heb geschapen. Soms een lichaam, vaak een meubelstuk. Vorm, tempratuur en structuur. Het donker maakt me duizelig, ik wil gaan zitten maar heb geen idee met wat voor ondergrond ik te maken heb. Ik sta stil. Het enige geluid is mijn ademhaling. Ogen open of dicht, het maakt weinig verschil. Mijn schoenen staan vlak naast me want mijn linkerteen rust op een veter. Langzaam word ik me bewust van het oppervlak waarop ik me bevind. Verrassend zacht en wellicht aangenaam. Ik stuur mijn handen uit op onderzoek. Ze treffen van alles aan maar niets wat ik herken. Er trekt een warme stroom over de grond, er begint iets vlak bij mijn schouder te tikken. Mijn rechterarm laat ik opzij zwaaien. Er valt iets, rot een seconde of twee en komt dan tot stilstand. Even is het stil maar dan word ik me bewust van nogmaals een tikkend geluid. Ditmaal verminderd in volume. Mijn knieën beginnen pijn te doen. Met een soepele beweging land ik midden in zachte voorwerpen. Stof kraakt, ik zak diep weg en een suf gevoel overvalt me. Uiteindelijk weet de slaap me te vangen. Uit gewoonte sluit ik mijn ogen en langzaam glijd ik weg. Optellen, wegzakken. Een, twee drie.